Luc De Man
°1966 - BE
NL
Een bol geldt vaak als de perfecte geometrische vorm. Toch komen perfecte bollen en perfecte kubussen in de natuur nauwelijks voor. Net die spanning vormt het vertrekpunt van het werk van Luc De Man.
Al decennialang onderzoekt hij de relatie tussen geometrie en natuur, waarbij strakke vormen niet tegenover de omgeving worden geplaatst, maar er juist mee in dialoog treden. Reflectie speelt daarbij een belangrijke rol. Door spiegelende oppervlakken op te nemen in zijn sculpturen wordt het landschap letterlijk onderdeel van het werk.
De werken op OAF26 vertrekken vanuit een terugkerend motief binnen De Mans oeuvre: de bol. Een gepolijste inox halve bol rust op een blok blauwe steen en weerspiegelt de hemel zo volledig dat haar oppervlak bijna lijkt te verdwijnen. Elders wordt de bol geopend, verdeeld of doorsneden door volumes in cortenstaal. De spiegelende binnenzijde vangt fragmenten op van het landschap, veranderend licht en passerende bezoekers. Wat aanvankelijk een stabiel geometrisch object lijkt, blijkt voortdurend in beweging.
Voor De Man is sculptuur geen afgesloten vorm, maar een instrument om relaties zichtbaar te maken. Het verweerde karakter van cortenstaal contrasteert met de immateriële kwaliteit van gepolijst inox, terwijl spiegeling en symmetrie de natuur subtiel in het werk trekken. Zijn sculpturen veranderen met het weer, de seizoenen en het standpunt van de kijker. Zo wordt geometrie geen symbool van perfectie, maar een middel om onze voortdurend veranderende relatie met de wereld om ons heen zichtbaar te maken.
EN
A sphere is often regarded as the perfect geometric form. Yet perfect spheres and perfect cubes are rarely found in nature. This tension lies at the heart of the work of Luc De Man.
For decades, he has explored the relationship between geometry and nature, using precise forms not in opposition to the environment, but in dialogue with it. Reflection plays a central role in this process. By incorporating mirrored surfaces into his sculptures, De Man allows the surrounding landscape to become part of the work itself.
The works presented at OAF26 revolve around a recurring motif in his practice: the sphere. A polished stainless-steel hemisphere rests on a block of blue stone, reflecting the sky so completely that its surface almost seems to disappear. Elsewhere, the sphere is opened, divided, or intersected by corten steel forms. Their mirrored interiors capture fragments of the landscape, changing light, and passing visitors. What initially appears to be a stable geometric object reveals itself as something in constant transformation.
For De Man, sculpture is not a self-contained form but a tool for making relationships visible. The weathered character of corten steel contrasts with the immaterial quality of polished stainless steel, while reflection and symmetry subtly draw nature into the composition. His sculptures change with the weather, the seasons, and the viewer’s position. Geometry thus becomes not a symbol of perfection, but a means of revealing our ever-changing relationship with the world around us.

